De informatie op deze pagina is afkomstig uit de brochure 'Autisme begrepen'.
U kunt deze brochure bestellen door overmaking van € 7,95 op rekening 1444.07.752
ten name van Autentiek onder vermelding van: 'brochure Autisme begrepen'.
Stuur ons vervolgens een e-mail met uw adresgegevens en u krijgt de brochure
thuis gestuurd zodra wij uw betaling hebben ontvangen.
De tekst uit de brochure en de tekst op deze webpagina mogen niet gekopieerd worden of op enige wijze verspreid of openbaar gemaakt worden zonder onze uitdrukkelijke schriftelijke toestemming.
Autisme is een ongeneeslijke neuro-biologische stoornis. De groei en ontwikkeling van de hersenen is daardoor afwijkend ten opzichte van mensen die deze handicap niet hebben. Dit heeft tot gevolg dat de verwerking van informatie en het reproduceren daarvan, (ernstig) is verstoord.
Een mens met autisme neemt anders waar dan een mens zonder autisme (een neurotypisch mens).
Deze verstoorde waarneming en de verstoorde informatie verwerking en reproductie van informatie is pervasief; het dringt door tot in alle facetten van het mens zijn.
Autisme kun je beschouwen als het constant met één oog door één kokertje kijkend naar de hele bewegelijke wereld om je heen. Niet begrijpend, dat het ene plaatje met wat zich daarin afspeelt in verband staat met het voorgaande plaatje dat je eigenlijk nog aan het verwerken bent en waaraan je nog betekenis moet verlenen. Bovendien moet je alle andere stimuli ook eerst bewust waarnemen, alvorens er betekenis aan te verlenen en te bepalen of je ze moet negeren of er iets mee moet doen.
Mensen met autisme selecteren en prioriteren aangeboden informatie en interne of externe prikkels anders dan mensen die deze beperking niet hebben.
Onder de paraplu van het autistisch spectrum vallen diverse vormen van autisme. De bekendste vormen zijn syndroom van Asperger, PDD-NOS en klassiek autisme ook wel kernautisme of syndroom van Kanner genoemd.
Autisme komt op alle intelligentieniveaus voor. Enkele kenmerken van autisme zijn:
Alle mensen met autisme hebben in meer of mindere mate moeilijkheden met:
Vroege diagnose en behandeling kunnen de gevolgen van het autisme soms beperken en de persoonlijke ontwikkeling bevorderen.
Stereotiep gedrag:
Over- of ondergevoelig voor:
En verder...
Mensen met autisme zien er op het eerste gezicht vaak zo normaal uit. Toch merk je al gauw dat de meesten anders zijn, als je met ze bezig bent, speelt of praat. Van echt samen iets doen is weinig sprake. Liefst houden ze zich aan vaste gewoonten, wat nogal bizar kan overkomen.
Veranderingen in hun leefwereld tasten hun vertrouwen aan en een gevoel van onveiligheid kan snel in paniek omslaan. Door hun stoornis hebben mensen met autisme problemen met waarnemen, herkennen, met taal en verbeelding. Vandaar hun moeilijkheden om onze wereld te begrijpen en om zich aangepast te gedragen. Als de omgeving hen te chaotisch overkomt, kunnen ze de neiging hebben zich terug te trekken. Soms ook doen ze verwoede pogingen om het overzicht te behouden, om overeind te blijven. Ze doen dan wel mee, maar ze hebben blijvend moeite om zich aan onze sociale spelregels aan te passen.
Autisme is niet te genezen. Er zijn dan ook geen medicijnen voor. Wanneer autisme echter voorkomt in samenhang met ADHD, schizofrenie of een andere beperking, kunnen er wel medicijnen worden gegeven voor het genezen of onderdrukken van de symptomen van die beperking(en). Wel is, door een intensieve begeleiding en het aanbieden van ondersteunende communicatiemiddelen of -methoden, de ontwikkeling te bevorderen. De ervaring leert, dat door een goed gericht stimuleringsprogramma mensen met autisme zich tot ver in de volwassenheid kunnen blijven ontwikkelen. Daarbij is individuele aandacht geen luxe, maar een noodzaak. Om de wereld leefbaar te maken voor mensen met autisme en voor hun directe omgeving is veelal blijvende ondersteuning nodig. Veel hangt dus af van het geduld en inspanning van ouders, begeleiders, scholen, partners en anderen die betrokken raken bij de persoon met autisme.
Mensen met autisme verwerken informatie op een andere manier dan de gemiddelde mens. Onderzoek wijst uit dat ze, net zoals iedereen, informatie in hun omgeving opvangen, maar dat hun hersenen die op een andere manier verwerken. Mensen zonder autisme kunnen uit de stortvloed aan prikkels die op hen afkomen, in een oogwenk de meest ter zake doende prikkels selecteren, daarmee verbanden leggen, een reactie voorbereiden en daaraan uitvoering geven, een mentaal plaatje van het geheel maken, dit labelen en vervolgens opslaan in het lange termijn geheugen. Daar hoeven ze niet over na te denken, dat gaat vrijwel vanzelf.
Bij mensen met autisme duurt dit hele proces veel langer en wordt informatie niet efficiënt gelabeld, omdat de waarneming zeer gedetailleerd en gefragmenteerd plaats vindt. Koppel daaraan het verminderd vermogen om dit alles ook weer te reproduceren en je kunt je voorstellen dat dit indringende gevolgen heeft voor de betekenis die zij verlenen aan gedrag, taal en gebeurtenissen en voor de manier waarop en de snelheid waarmee zij reageren.
Het is dan ook geen wonder dat veel mensen met autisme houden van ondubbelzinnig taalgebruik, van duidelijke afspraken tussen mensen, van een strikte naleving van regels en wetten, van voorspelbaarheid van gebeurtenissen enzovoort. Dat geeft houvast en helpt hen overleven in een wereld die anders een onoverzichtelijke chaos dreigt te worden. Daarom zullen personen met autisme vrijwel altijd geneigd zijn de wereld naar hun hand te zetten. Dat klinkt misschien wat negatief, maar vaak is dat de enige manier waarop zij vat kunnen krijgen en houden op de wereld om hen heen zonder in paniek te raken.
Daarbij moet wel worden opgemerkt, dat het vermogen om te leren en de snelheid van reageren en de mate waarin paniek op kan treden, sterk verbonden is met de ernst van de autistische beperking, het intellect en het karakter van de persoon met autisme.
Niet-autistische mensen die te maken krijgen met personen met autisme, moeten zich realiseren, dat zij heel veel tijd en aandacht moeten steken in de autistische medemens, zonder dat het direct "resultaat" oplevert. Veel van hun inspanningen zullen niet of weinig beloond worden. Je zult moeten leren tevreden te zijn met een klein resultaat dat je boekt. Dat vergt veel van de niet-autistische persoon.
Daarom is de begeleiding en ondersteuning van personen met autisme voor velen ook een hele opgave. Je zult dan als niet-autistisch persoon ook duidelijk grenzen voor je zelf moeten stellen en de nodige ontspanning moeten zoeken om er niet zelf aan onderdoor te gaan.
Laten we eens een lijstje met handreikingen proberen op te stellen, in de wetenschap dat deze waarschijnlijk niet uitputtend is.
Een van de belangrijkste dingen die je moet onthouden in de omgang en communicatie met autistische personen is dat ja en nee niet altijd ja en nee hoeven te zijn. Als je een autistische persoon vraag of hij iets wil doen (bijv. tafel dekken), en hij beantwoordt dit negatief, dan zit er een grote kans in, dat deze niet weet wat er gedaan moet worden. Of als je een autistische persoon vraag of hij ergens mee naar toe wil (bijv. naar het strand gaan) en hij beantwoordt dit negatief, dan zit er een grote kans in, dat deze niet weet hem te wachten staat. En als je een autistische persoon vraagt of hij iets kan (bijv. eten koken), wees er dan van overtuigd dat jullie hetzelfde bedoelen voordat je iemand met autisme de taak laat uitvoeren.
Werken met autistische mensen, betekent niet die mensen in de watten leggen ("pamperen"). Pamperen kan er toe leiden dat ze zich dommer en hulpbehoevender gaan voordoen dan ze in werkelijkheid zijn.
De uitdaging is om steeds te kijken naar de mogelijkheden die ze hebben en creatief te zoeken naar uitdagingen om hen verder te helpen verzelfstandigen. Ze kunnen vaak veel meer dan op het eerste gezicht lijkt. Maar pas op! Hierin zit ook meteen een valkuil. Je kunt ook teveel van ze verwachten. Beoordeel ze dus niet op het niveau dat jij voor ogen hebt, maar kijk wel altijd naar mogelijkheden om hun groei te bevorderen.
Zoek dus hun frustratiegrens op. De frustratiegrens is het moment dat ze gaan tegenwerken of gaan "flippen". Flippen is het moment dat ze agressieve taal kunnen gaan uiten, zich agressief kunnen opstellen of in paniek (dreigen te) raken. En de kunst is nu juist, om daar net onder te blijven. Van daaruit kun je langzaam en voorzichtig proberen die grens op te rekken. Denk niet te snel dat je de grens van hun mogelijkheden hebt bereikt. Hoewel de groei langzaam kan gaan, groeien ze vaak tot ver in de volwassenheid door.
Let ook op signalen van onzekerheid. Deze zijn voor ieder mens met autisme weer anders. Enkele voorbeelden zijn: beginnen te wiegen, gapen, met de ogen draaien, handen wringen, herhaaldelijk de neus op halen, in zichzelf beginnen te praten, met de mond trekken, dwars gaan liggen, chagrijnig worden, etc. Wanneer u deze signalen opvangt, wees dan alert. Vaak zijn er dan dingen niet duidelijk en is er nadere uitleg van een situatie nodig of lopen ze tegen hun frustratiegrens aan.
Autistische personen zullen altijd weer opzoek gaan naar hun vaste routines of gewoontes, omdat dit voor hen overzicht en duidelijkheid verschaft. Dat is het gebied dat ze beheersen en door en door kennen. Daarom zijn (plotselinge of frequente) veranderingen in hun leef- of werkomgeving altijd momenten waarop autistische personen gaan tegenwerken of in eerste instantie meegaan, maar al snel weer hun oude routine gaan oppakken of op andere wijze hun frustratie gaan uiten.
Denk hierbij eens aan een pan water. Wanneer je deze op het vuur zet, zal het water gaan borrelen, haal het vuur weg en het water kalmeert weer. Veranderingen (vuur) veroorzaken beroering (borrelend water). Hierdoor zal de persoon met autisme proberen de verandering te ontlopen (letterlijk weglopen, in eigen wereldje vluchten, een andere baan zoeken, scheiden, etc.). Ook kan chaos die wordt ervaren, worden geuit door fysiek of verbaal geweld of door te gaan "flippen". Dat komt, omdat personen met autisme niet weten hoe zij anders moeten duidelijk maken, dat de verandering de hele structuur uit hun bestaan haalt en zij weer van voor af aan hun hele bestaan, hun hele structuur, waarover zij misschien wel jaren hebben gedaan, moeten opbouwen en (re)organiseren. Zij willen dus vanuit de chaos die zij door de verandering ervaren terug naar de kalmte van de vorige situatie (weg van het vuur en rust in de tent).
Onthoud dus, dat IEDERE verandering, hoe klein ook, er toe kan leiden, dat het voorgaande proces intreedt. Veelvuldig al van jongs af aan oefenen met kleine veranderingen kan verbetering teweeg brengen in de schakelvaardigheid, waardoor ook op grotere en meer ingrijpende veranderingen soepeler kan worden ingespeeld. Een automatisme wordt het echter nooit.
Dat betekent, dat veranderingen in leef- of werkomgeving soms zeer zorgvuldig moeten worden voorbereid en langzaam en begeleid moeten worden ingevoerd, zodat het overzichtelijk en weinig bedreigend tot een nieuwe routine kan uitgroeien. Soms kan het ook betekenen, dat de verandering niet moet worden doorgevoerd.
Verder kunnen we niet genoeg benadrukken, dat het verschaffen van overzicht, duidelijkheid, regelmaat, het (uit)leggen van verbanden en het verschaffen van zekerheid en veiligheid, de ontwikkeling van personen met een autismespectrumstoornis alleen maar ten goede komt.